rouw en verlies


 

Omdat een kind het waard is!

PUUR! Kindercoachen

Rouwverwerking bij kinderen

 

Het is onze natuurlijke reactie om kinderen te willen beschermen tegen de dood, pijn en rouw. We willen hen er ver vandaan houden. Maar zo zit het leven niet in elkaar. Ook (jonge) kinderen ontkomen niet aan afscheid en verlies. Dat begint al in het klein, bij het verlies van een favoriete knuffelbeer of de verhuizing van een vriendje. Maar ook de dood speelt een rol in een kinderleven. Een huisdier kan overlijden. En op een bepaald moment zullen bijvoorbeeld opa en oma doodgaan.

Het is daarom belangrijk om uw kind vertrouwd te maken met afscheid nemen en zelfs met verlies, overlijden en rouwverwerking. In het dagelijkse leven zijn er genoeg momenten die je kunt gebruiken om een kind daarmee om te leren gaan. Dat is niet wreed, hiermee help je het kind zich voor te bereiden op situaties waarin het echt met een groot verlies moet omgaan. Als er nooit met een kind is gesproken over wat ‘dood' is, is het voor dit kind moeilijker te begrijpen als het plotseling met een verlies wordt geconfronteerd.

Rouwverwerking bij kinderen?

Hoe vertelt u een jong kind dat iemand, bijvoorbeeld zijn oma, is overleden?

Zorg voor een goed contact met het kind. Het beste kan iemand die het dichtst bij het kind staat de boodschap vertellen.

Zorg dat u de aandacht van het kind krijgt. Neem het kind op schoot en houd bijvoorbeeld zijn handen vast of streel over zijn rug. Zeg bijvoorbeeld: “Ik moet je iets ergs vertellen…”

Leg daarna zo duidelijk mogelijk uit dat (bijvoorbeeld) oma niet meer leeft. Ze ademt niet meer, voelt niets meer, heeft geen pijn meer en heeft het ook niet koud.

Wees zo eerlijk mogelijk. Als (bijvoorbeeld) oma ziek was, leg dat dan uit.

Laat het kind ook vragen stellen. “Hoe lang blijft oma dood? Komt ze wel op mijn verjaardag? Eten en drinken overleden mensen? Waar is oma nu dan?”

Laat uw emoties gerust zien. U zult merken dat het kind dezelfde of een reeks vragen blijft stellen, omdat het niet goed beseft dat oma echt nooit meer terugkeert. Soms zal het kind ook crue dingen zeggen, zonder dat zo te bedoelen. Dat kan u raken. Laat uw emoties gerust zien. Huil bij het kind. Het kind mag weten dat u erg verdrietig bent.

Geef het kind ruimte voor emoties. Sommige kinderen worden boos of beginnen te huilen. Lichamelijk contact zal het kind troosten en kalmeren. Geef het kind ruimte voor de emoties en probeer het niet zo snel af te leiden met bijvoorbeeld een koekje. Emoties tonen mag.

 

 

 

 

 

 

Leeftijd maakt verschil

Heel jonge kinderen, tot een leeftijd van een ongeveer drie jaar, hebben geen besef van wat de dood inhoudt. Tot zo’n vijf jaar begrijpt een kind niet dat de dood ‘voor altijd’ is. Op die leeftijd heeft een kind nog geen tijdsbesef en ‘nooit meer’ is een vaag begrip. Ze willen niet graag dat papa of mama weg gaat en voelen wel aan wat verlies is, maar het verschil tussen dood en levenloos is voor hen niet duidelijk.

Jonge kinderen zijn nog niet bang voor de dood. Pas daarom op dat u niet uw eigen angsten op hen overbrengt. Aan de andere kant lijden ze wel onder verlies. Daarom is het wel belangrijk om heel open met hen te praten en hen voorzichtig voor te bereiden op verlies.

Leer een kind de verschillen

Voor jonge kinderen is ‘dood’ een weinigzeggend begrip. Zij leven in het moment en hebben geen idee wat ‘nooit meer’ betekent. Het is daarom goed om kinderen het verschil tussen dood en levenloos uit te leggen.

Wijs op levenloze dingen. Denk aan een huis, speelgoed, een auto, een tandenborstel of een stoel.

Leg uit hoe zichtbaar is wat leeft. Mensen, dieren, bloemen, bomen en planten leven en kunnen dus ook doodgaan. Planten groeien, mensen halen adem en eten.

Wijs spelenderwijs op voorbeelden van iets dat dood is gegaan. Een dode vogel, een dood insect of een dode boom. U kunt er rustig met de kinderen over praten en u hoeft niet bang te zijn dat het kind er verdrietig van wordt.

Leg het kind uit dat mensen en dieren dood kunnen gaan door ouderdom, maar ook door ziekte of een ongeluk.

Maak kinderen vertrouwd met de rituelen rond de dood. U kunt een overleden huisdier in een doosje in de tuin begraven en er een takje of een kruis opzetten of binnen een herinneringsplek voor een huisdier inrichten.

Praat openlijk over de dood. Schrik niet van vragen, want kinderen zullen zich op den duur realiseren dat ook zij sterfelijk zijn. Als ze vragen ‘ga ik dood’ of ‘ga jij ook dood’, praat daar dan openlijk over.